Topcoaches gooien hun kennis op een hoop

zaterdag 29 januari 2005

Door HERMAN NIJMAN - 28 JANUARI 2005 - ZWOLLE - Coaches komen niet vaak in het café, dus daar worden geen wilde plannen bedacht. Het platform voor Zwolse toptrainers werd geboren na een symposium van studenten Sport en Bewegen, met een bak koffie in de hand. Gisteren wisselden de coaches de eerste ervaringen uit. Ouderwets, in de schoolbanken.

     
(foto: Tom van Dijke)
Ooit geweten dat een middenvelder in de eerste divisie per wedstrijd gemiddeld 10,9 kilometer loopt? Dat hij daarmee circa twee kilometer meer aflegt dan zijn teamgenoot uit de verdediging en een kilometer meer dan een spits? En dat het verval bij de sprintafstanden - tussen een en tien meter - meer dan vijftien procent bedraagt gedurende het verloop van een duel? Bij FC Zwolle zijn dat geen aannames meer, maar feiten die gebruikt worden tijdens de trainingen.

Hoofdtrainer Hennie Spijkerman, assistent Harry Sinkgraven en hoofd opleidingen Gerard Nijkamp verhaalden gisteren in het klaslokaal over periodisering en de trainingen die gericht zijn op conditie en fysieke gesteldheid.

Basketbalcoach Herman van den Belt, squashcoach Rutger-Jan Kamperman en volleybalcoach Ferry de Jong fungeerden als luisterende oren. Zo kwamen ze meer te weten over de werkwijze van Raymond Verheijen, de inspanningsfysioloog van de voetbalbond KNVB. En over de aanpak van Fabio Munzone, de Italiaan die bij FC Zwolle individuele trainingsschema’s maakt, zodat de spelers explosiever worden. Omdat het verleden heeft geleerd dat Italiaanse voetballers een stuk explosiever zijn dan hun Nederlandse collega’s.

Spijkerman werkt al drie jaar volgens de methode van Verheijen, met trainingsblokken van zes weken. Het is een aanpak die rendeert. Vooral in dit seizoen, omdat FC Zwolle iedere week in hetzelfde stramien afwerkt. Vijf trainingsdagen met zeven trainingen, een rustdag en een wedstrijd op vrijdag. Spijkerman: ‘We staan overal bekend als een club die hard traint. Het doel is ook om een van de fitste teams van de eerste divisie te worden. En toch hebben we het laatste jaar nauwelijks blessures gehad.’

Voor de trainer staat het als een paal boven water dat het mede te danken is aan de gekozen trainingsmethodes. Daarom wordt de manier van werken ook verder doorgevoerd in de club, bij de spelers van de A- en B-jeugd. ‘Het past in de lange termijnvisie die de club heeft neergelegd.’

Kamperman, Van den Belt en De Jong kunnen de ideeën uit de voetballerij niet zomaar kopiëren. Basketbal- en volleybaltrainingen duren veel langer, de intensiteit is anders, het wedstrijdschema voller. Facetten van de aanpak zijn wel uitstekend bruikbaar. Juist dat vormt de basis voor het platform, beseft Van den Belt. ‘Coaches kwamen vroeger eigenlijk nooit bij elkaar overde vloer. Maar we kunnen elkaar wel verder helpen door faciliteiten en kennis te koppelen.’

Twee weten meer dan een. Daarom is het initiatief van Ton Markink van het Olympisch Steunpunt massaal omarmd. Het kan volgens Markink ook het startpunt zijn voor een groeiende gespreksgroep.

De volgende bijeenkomst staat al vast. Over het karakter van topsporters en de manier waarop zij daardoor in een groep functioneren. Er valt nog genoeg uit te wisselen.

Copyright de Stentor 2005 - alle rechten voorbehouden

< Terug naar het overzicht